Poffertjes

Poffertjes worden van tarwebloem en boekweitmeel gemaakt. Meestal wordt als rijsmiddel gist gebruikt, dit is bijna hetzelfde als pannenkoeken maar in een pannenkoek zit geen gist. Poffertjes hebben ook een andere structuur. Poffertjes zijn zachter vanbinnen omdat bij het bakken van de poffertjes wordt het deeg voordat het volledig gestold is al gedraaid, door dit proces worden de poffertjes mooi rond en glad. Om poffertjes te maken heb je een speciale plaat nodig. Deze plaat wordt gemaakt van rood koper. Restaurants of kraampjes die poffertjes verkopen hebben z’n speciale plaat in het groot zodat er veel poffertjes tegelijk gemaakt kunnen worden, omdat restaurants of kraampjes al veel ervaring hebben zijn zij zeer vaardig met het draaien van de poffertjes en kunnen zij er veel tegelijk maken.

poffertjes

Oorspronkelijk komen poffertjes uit Frankrijk. Het is een Frans gerecht dat gezien wordt als een typisch Nederlands gerecht. In 1720 zijn poffertjes door Franse kloosterbroeders tijdens de Franse Revolutie uitgevonden. Napoleon nam bijna al het meel in beslag om zijn leger te voeden, waardoor er een tekort ontstond en zo had de kerk niet genoeg meel om hosties te maken. Door te experimenteren met een mengsel van gewoon meel met boekweitmeel, is het poffertje ontstaan. Via marskramers en kermissen kwam het poffertje ook naar Nederland.

De meeste Nederlanders voegen altijd poedersuiker, boter en eventueel andere supplementen toe. Andere landen hebben ook zeer vergelijkbare gerechten zoals: Munker in Noorwegen, Æbleskiver in Denemarken en Munkarna. De naam poffertjes is later gekomen, want poffertjes heette eerst broedertjes. Ze zijn van broedertjes naar poffertjes gegaan omdat deze “broedertjes” als het ware werden gepoft op de koperen plaat.

Thuis kun je ook poffertjes maken. Tegenwoordig zijn er allerlei poffertjespannen te koop in verschillende maten en soorten, ook zijn er poffertjespannen met een anti-aanbaklaag. Natuurlijk zijn deze exemplaren niet van dezelfde maat als in de restaurants of kraampjes. Als je geen tijd hebt om een poffertjespan te halen kun je ook zo poffertjes bereiden: Zeef de boekweitmeel en zelfrijzend bakmeel in een beslagkom, voeg de suiker en zout toe, maak een kuiltje in het midden en giet daarin een deel van de melk. Roer met een pollepel vanuit het midden en maak een klontvrij beslag. Voeg vervolgens de rest van de melk en het ei toe en roer totdat een glad beslag ontstaat. Dek het beslag af met een vochtige theedoek en laat het op een warme plek een uurtje rijzen. Na het rijzen het beslag niet meer doorroeren. Verwarm de poffertjespan en beboter de kuiltjes. Vul de kuiltjes voor ¾ met beslag en bak ze op hoog vuur goudbruin. Draai de poffertjes vervolgens met een vork om en bak de andere kant goudbruin. Leg de poffertjes op een bord en serveer met poedersuiker en een klontje boter. Mocht je geen poffertjespan hebben gebruik dan een grote bakpan en schep een kleine eetlepel beslag per poffertje in de pan. Zorg ervoor dat je tussen elk poffertje ongeveer 2 cm ruimte houdt zodat ze niet aan elkaar gaan kleven.